Oudebildtzijl, 23 april 2024

Het huis van Marja uit Oudebildtzijl is koud en tochtig, maar heeft wel energielabel A

et huis van Marja Vos heeft een label A maar niet het wooncomfort dat je van zo'n label verwacht. Foto: Hoge Noorden/Jacob van Essen

Je huis kan moeilijk warm te stoken zijn en de tocht giert langs je benen, terwijl je toch energielabel A hebt. Bij de labels is regelmatig sprake van een flinke kloof tussen de papieren en fysieke werkelijkheid. Met vaak een negatieve rol voor het zonnepaneel.

Wilbert Elting

Als Marja Vos naar buiten kijkt, ziet ze vier net opgeleverde nieuwbouwwoningen aan de overkant van haar straat in Oudebildtzijl. Het zijn moderne huizen met zonnepanelen, een warmtepomp en goed geļsoleerde muren. De ontwikkelaar prijst ze online aan als energiezuinige woningen.

Het zijn huizen als deze waarbij je denkt aan een energielabel A. Niet aan de woning die Vos huurt van woningcorporatie Wonen Noordwest Friesland. Die is gebouwd in 1981 en sindsdien is er niet ingrijpend verbouwd. Ze moet het grotendeels doen met wat er meer dan veertig jaar geleden aan isolatie werd aangebracht.

En dat merkt ze. "Zodra ik de kachel uitzet, is het hier in drie kwartier afgekoeld", vertelt ze. Om een beetje warm te blijven draagt ze als ze op de bank zit eigenlijk altijd een dik fleecevest. "Als ik dat niet doe zit ik met een hoge gasrekening."

"Het tocht ook vaak, vervolgt ze. "‘Bah, koude poten’, hoor ik bezoek vaak zeggen als we hier aan tafel zitten. En we hebben veel last van vocht. Ik heb overal bakjes met zout staan om het op te nemen."

Twijfels bij een hoog label

Wie Vos zo hoort vertellen, vermoedt dat haar woning geen heel hoog energielabel zal hebben. Toch is haar woning op papier een label A. Het staat duidelijk op het document dat daarvoor in 2020 afgegeven is, opgemaakt voor de woningcorporatie door een energie-inspecteur. "Al hebben we die inspecteur nooit gezien."

Het klinkt vreemd, wonen in een huis met een label A en toch op de bank zitten kleumen. "Als we het er met vrienden over hebben en ik vertel ze over ons label, geloven ze me ook niet", zegt Vos. Ze schreef Wonen Noordwest Friesland meerdere keren aan om het in haar ogen onterechte label aan de kaak te stellen. Maar elke keer kreeg ze nul op het rekest. Het label klopt, zegt de corporatie.

Vos heeft daar sterk haar twijfels bij. "Het gaat er bij mij niet in dat dit een A is." Ze reageerde daarom op een oproep van deze krant aan huurders om zich te melden als ze vermoeden dat hun label niet klopt. Ook omdat ze wil weten hoe het nou eigenlijk zit. "Want dat kan niemand me goed uitleggen."

Criteria voor label moeilijk te vinden

Wie als leek gaat googlen naar wat de criteria voor een energielabel zijn, komt er niet uit. Er zijn talloze websites waar je je postcode en huisnummer in kan vullen om je label aan te vragen, mocht dat ooit vastgesteld zijn. Maar waarom je dat label krijgt, daar geven zulke sites geen duidelijkheid over. Wil je dat wel krijgen, dan moet je een afspraak maken voor een inspectie.

Dan kom je bijvoorbeeld uit bij Ties Gerbrands van Enerkorp uit Lemmer. Op verzoek van de LC licht hij de woning van Vos door. Hij maakt een uitgebreide ronde door het huis, verricht allerlei metingen en brengt de ruimtes digitaal in kaart. Als hij weer beneden is, komt hij met een ontnuchterende conclusie. "Ik kom eigenlijk geen hele gekke dingen tegen.",/p>

Het huis van Vos is toch echt een label A. En de oorzaak daarvan, die is te vinden op het dak waar sinds eind 2019 acht zonnepanelen liggen. Die telden destijds nog zwaar mee in de berekening van het label (zie kader).

Om dat te illustreren, rekent Gerbrands het huis van Vos op drie manieren door: op basis van de huidige methode en met en zonder zonnepanelen op basis van de oude methode van voor 2021. Dat laatste is relevant omdat de criteria voor de labels na 2021 zijn aangescherpt. Daarover later meer.

Zonnepanelen maken het verschil

Uit die berekeningen komt onder zowel de oude als de huidige methode voor het huis van Vos een label B uit het systeem rollen. Al moet daar volgens Gerbrands wel een kanttekening bij geplaatst worden. De score van het huis zit maar net onder het criterium voor een A. "Dit is een zeer kleine afwijking en dit kan al veroorzaakt worden doordat bijvoorbeeld het type zonnepaneel bij de woningbouw bekend is en er daarom een meer gedetailleerde berekening is gemaakt."

Anders wordt het als gerekend wordt zonder zonnepanelen. Dan gaat de energie-index, het cijfer dat aangeeft hoe zuinig de woning is (hoe lager, hoe zuiniger), plots een stuk naar boven. Het huis van Vos is dan niet meer een krappe A maar gaat richting de onderkant van C. Het verklaart het verschil tussen het wooncomfort in de praktijk en het label uit de theorie.

Situaties zoals die van Vos komen vaker voor. Bij meerdere tips die de krant kreeg, leek hetzelfde aan de hand. Zo mailden ook de huurders van een corporatiewoning in Burgum over hun huis met label A dat tochtig en koud is. Een blik op de buren verklaart echter het verschil, in de straat heeft alleen dit huis panelen. De omwonenden hebben in hun vergelijkbare woningen met C een flink lager label.

Labels zijn geen goede indicatie

En ook landelijk geldt dit, zegt Bastiaan van Perlo, beleidsmedewerker energie bij de Woonbond. "We krijgen hier best vaak vragen over", vertelt hij. "Maar we hebben weinig zekerheid of ze echt fout zijn. Het is maar een enkele keer dat er iets echt niet klopt."

Als Van Perlo de klachten bekijkt, dan snapt hij vaak wel de vraagtekens van de bewoners. "Ik snap waarom het label klopt maar ik snap ook waarom mensen het gevoel hebben dat het niet zo is." En dat is geen goede ontwikkeling, vindt hij. "Het probleem is dat mensen hun vertrouwen gaan verliezen in het label."

"Labels zijn geen goede weerspiegeling van de kwaliteit van de woning", zegt hij. "Vooral bij oudere woningen is het geen goede indicator. Ze gaan over het theoretisch verbruik en niet over de kosten en het comfort dat je daadwerkelijk hebt. Dat is wel een gemis."

Andrea Evenhuis van het Friese huurdersplatform Nieuw Elan kijkt er ook zo naar. "Wellicht is dat ook wel een fout in de systematiek. Het gaat bij een label niet om het comfort maar om de technische specificaties. Maar dat zegt natuurlijk weinig over hoe mensen een woning ervaren."

Een van de redenen daarvoor is dat zaken als kieren, slechte afwerking of verrotte kozijnen geen invloed hebben op de hoogte van het label. "Een grote kier bij het kozijn kan ik niet aangeven in de software", zegt Gerbrands. "Terwijl daar natuurlijk ontzettend veel tocht vandaan kan komen."

Mismatch vooral voor 2021

De mismatch tussen label en wooncomfort is vooral te vinden bij labels die voor 2021 zijn afgegeven, zoals bijvoorbeeld ook bij Vos het geval is. De installaties, zonnepanelen bijvoorbeeld, telden toen nog flink mee. "Dat kon soms echt wel twee labelsprongen zijn", zegt Van Perlo. "Bij de nieuwe systematiek heb je dat niet zo snel. Er zijn ook wel wat remmen opgezet."

Toch zitten daar ook nog wel eigenaardigheden in. Zo kan het zijn dat een appartement in het oude systeem een lager label krijgt dan in het nieuwe zonder dat er iets veranderd is aan de woning. Wat ook weer vragen bij de bewoners op kan roepen. "Ook dat is een complex verhaal", zegt Van Perlo. "Maar ook dat klopt wel. In het nieuwe systeem is het directer gericht op het energieverbruik per vierkante meter. En daar komt een appartement beter uit omdat er bijvoorbeeld minder warmte weglekt via de buitenmuren."

"Zodra ik de kachel uitzet, is het
hier in drie kwartier afgekoeld"

De Woonbond pleit daarom al langer voor een herijking en vindt dat er bij bestaande bouw minder waarde gehecht moet worden aan de energielabels. "De nettowarmtebehoefte, hoeveel energie nodig is om een woning te verwarmen, zegt veel meer over de echte kwaliteit van de woning." Om prioriteit om te verduurzamen in kaart te brengen zou eigenlijk het energieverbruik van een twintig of dertig woningen in een wijk tegen het gemiddelde aangehouden moeten worden. "Dan heb je een goed beeld van de werkelijke situatie. Corporaties zijn er ook wel van geporteerd. Maar dat veranderen is nog niet zo eenvoudig."

Terug in Oudebildtzijl vindt Vos vindt de uitkomst van het onderzoek van Gerbrands zuur. "Omdat je panelen hebt, heb je in naam een energiezuinige woning. Maar het grootste deel van mijn energieverbruik is gas om het huis te verwarmen. Het gaat erom dat we gaandeweg steeds minder fossiele energie gaan gebruiken. Maar zo werkt het niet."

Hoe werkt een energie-inspectie?

Wanneer energie-inspecteurs, zoals Ties Gerbrands van Enerkorp uit Lemmer, een woning opnemen voor een energielabel kijken ze naar verschillende onderdelen.

* Wat voor glas zit er in de ramen in de woonkamer en slaapkamer? Enkel glas is een dikke min en mag tegenwoordig ook gezien worden als een gebrek. Dubbel glas scoort beter en HR tot HR+++ uiteraard nog beter.

* Is er iets gedaan in de kruipruimte? Is de vloer geļsoleerd en hoe is dat gedaan? Is de kruipruimte volgespoten met chips of schelpen of zijn er platen tegen de vloer geplakt?

* Hoe wordt de woning verwarmd? Een warmtepomp scoort beter dan een cv-ketel maar bij die laatste hangt ook veel af van hoe oud die is. Een zuinige moderne ketel krijgt een hogere score.

* Is er mechanische ventilatie aanwezig in de woning? En zuigt die alleen af in de badkamer of ook in de andere vertrekken?

* Welke mogelijkheden om zelf energie op te wekken liggen er op de woning? Het gaat dan vooral om zonnepanelen, waarbij het aantal en de ligging ook nog een rol speelt. Maar bijvoorbeeld een zonneboiler om het water op te warmen, telt ook mee.

De inspecteur vult zijn bevindingen in in door de overheid ontwikkelde software. Hoe meer vakjes aangekruist kunnen worden, hoe hoger de score en hoe hoger het label. De verschillende onderdelen tellen daarbij niet allemaal even zwaar mee. Zonnepanelen trekken het label bijvoorbeeld flink omhoog, de invloed van wel of geen mechanische ventilatie of de isolatie van de vloer is daarentegen weer niet zo groot. Uiteindelijk gaat het om het verwachte energieverbruik van een woning.

Bij corporatiewoningen worden de labels vaak in bulk toegekend. Een inspecteur bekijkt dan enkele woningen in de wijk en het energielabel daarvan geldt dan ook voor de vergelijkbare woningen rondom. Frauderen met de labels kan, maar is risicovol omdat de overheid de afgegeven labels steekproefsgewijs controleert. Blijken de labels van een inspecteur niet te kloppen dan worden alle labels die hij heeft afgegeven ingetrokken.

Energielabels zijn pas geldig als ze geregistreerd zijn in het EP-Online-register. Daarna liggen ze voor tien jaar vast. Ze zijn sinds 2008 verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering. Zelf je energielabel checken (of dat van de buren) kan op ep-online.nl.

Bron: Leeuwarder Courant