Sint Jacobiparochie, 10 maart 2005

Broer voltooit studie naar Bildts

Ype Koldijk (links), de zoon van auteur Jan Dirk Koldijk, overhandigt het eerste exemplaar van de studie naar het Bildts aan burgemeester Aucke van der Werff.

Jarenlang werkte oud-leraar Jan Dirk Koldijk aan zijn wetenschappelijke studie naar de Bildtse taal. Net voordat hij in 1996 zijn proefschrift kon voltooien, overleed hij. Dankzij zijn broer Dick is het boekwerk nu toch klaar. Gisteren was de presentatie in de Groate Kerk in Sint Jacobiparochie.

Door Dirk Kuiken

De circel is rond, en daar zijn wij als familie enorm blij om, vertelt Dick Koldijk. Gistermiddag, op de dag dat zijn broet 79 zou zijn geworden, presenteerde hij - samen met zijn broers zoon Ype - de wetenschappelijke studie 'Het Bildts, zijn wezen, herkomst en problematiek' van Jan Dirk Koldijk in Sint Jacobiparochie.

Koldijks boekwerk was oorspronkelijk bedoeld als proefschrift, waarmee hij wilde promoveren aan de Universiteit van Amsterdam. Maar vlak voordat hij het werk kon voltooien overleed hij. Nu is de studie, mede dankzij zijn broer, dan toch eindelijk klaar.

Eigenlijk wilde Jan Dirk altijd een Friese boer worden, vertelt Dick Koldijk. In hun jeugd brachten de jongens na het vroegtijdig overlijden van hun moeder veel tijd door bij familie aan de Oudebildtdijk. "Een unieke plek, met uitzicht alle kanten op." Daar kreeg Jan dirk waarschijnlijk ook de liefde voor de Bildtse taal mee, vermoedt Dick. En hoewel hij uiteindelijk leraar Nederlands werd aan middelbare scholen in Brielle en Venlo, ging de docent na zijn pensionering aan de slag om te promoveren op een studie naar het Bildts.

Hij zocht enige tijd na het overlijden van Jan Dirk contact met diens begeleider, professor Friese taal- en letterkunde Tony Feitsma uit Grou. "Hij had het net niet gehaald, en dat is toch wel tragisch. Ik dacht dat het mooi zou zijn als zijn werk werd afgemaakt.

Feitsma had dezelfde gedachte. Samen met de Leidse neerlandicus Cor van Bree en de Bildtse taalexpert Sytse Buwalda - die familie van de Koldijken is - trachtte zij de wetenschappelijke studie te voltooien. "Wy fŻnen it spitich dat it lizzen bleau", zegt Feitsma. Volgens haar is Koldijks proefschrift waardevol, omdat het bildts een speciale plek heeft in de taalkunde. "It is in mingtaal fan it Frysk en it Holl‚nsk en dat makket it foar dialektologen spannend, mar ek yngewikkeld."

Uit Koldijks boek blijkt dan ook dat de deskundigen het lang niet eens zijn over de oorsprong van het Bildts. Want is de Bildtse taal nu een Fries, of een Nederlands dialect? Vast staat dat inpolderaars uit Zuid-Holland en Zeeland vijfhonderd jaar geleden naar het Bildt zijn gekomen om dijken rond de oude Middelzee aan te leggen. Ook is duidelijk dat er in het Bildts klanken uit die streken te vinden zijn.

Maar terwijl de ene theorie zegt dat Friese boeren en arbeiders op het Bildt veel woorden hebben geleend van de deftige Hollandse edelen die naar Noord-Friesland kwamen, zegt een andere theorie dat de Hollandse inpolderaars hun eigen boerenspraak hebben meegenomen. Juist in dat zuidelijke dialect zou langzaam wat Fries zijn geslopen.

Ook Koldijks werk geeft geen uitsluitsel over deze kwestie. "Mar wat hy wol goed dien hat, is dat hy de Żntwikkeling fan de mienings oer it Żntstean fan it Bildtsk op in rige setten hat. DÍr kinne oaren wer op fierder bouwe", zo zegt Feitsma, die samen met haar twee collega"s het proefschrift heeft geactualiseerd.

Hoofdstuk voor hoofdstuk werd door het drietal doorgenomen, en dat kostte veel tijd. "Wy woene fansels wol Koldyks bedoelings oerein halde." Dat het werk klaas is nu het bildt precies vijfhonderd jaar bestaat, is volgens haar puur toeval. "Mar it is wol moai meinommen fansels."

Feitsma is behoorlijk tevreden over het resultaat. "Der steane in protte nijsgjirrige dingen yn." Zo vergelijkt Koldijk bijvoorbeeld het ontstaan van het bildts met de ontwikkeling van het Zuid-Afrikaans. Beide dialecten kwamen immers in een geÔsoleerd taalgebied tot stand.

Hoewel Koldijk de Bilkerts prijst vanwege hun bewuste omgang met hun taal, ziet hij in zijn boek ook gevaren voor de toekomst. Met name het Nederlands rukt onder schoolkinderen steeds meer op. Tweetalige ouders kiezen niet meer vanzelfsprekend voor een Bildtstalige opvoeding.

Toch ziet hij ook positieve zaken. Zo kent het Bildt tegenwoordig eigen taalcusussen en een eigen woordenboek. Ook worden er veel toneelvoorstellingen in de eigen taal gehouden. en hoewel het zuidelijk deel van het Bildt in al die jaren bijna volledig verfriest, is die 'vreemde' taal er nog steeds niet in geslaagd de dorpen in de gemeente te bereiken. Blijkbaar vormen de Blikvaart en de Zuidhoekstervaart in het zuiden en de Oude Rij in het oosten een te grote barriŤre, zo concludeert Koldijk met de nodige ironie in zijn boek. "Wat een smalle waterloop al niet vermag."

Bron: Leeuwarder Courant
Foto LC/Wietze Landman